Herkomst van de passievrucht

De passievrucht komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, met name uit gebieden in Brazilië, Paraguay en Argentinië. De naam heeft niets te maken met romantiek, maar verwijst naar het lijdensverhaal van Christus. Spaanse missionarissen zagen in de bloem van de plant symbolen die aan dat verhaal deden denken, en zo ontstond de naam passiebloem, waar de vrucht zijn naam weer aan ontleent.

Tegenwoordig wordt de passievrucht ook geteeld in landen als Kenia, Colombia en Zuid-Afrika. Er bestaan meerdere variëteiten, waarvan de paarse en de gele soort het meest voorkomen. De paarse variant is wat kleiner en zoeter, de gele soort is groter en iets zuurder van smaak.

Passievrucht eten, hoe pak je dat aan

Een passievrucht eet je het makkelijkst door hem doormidden te snijden en het vruchtvlees met een lepel eruit te scheppen. De zaadjes zijn eetbaar en geven een lichte crunch, dus die hoef je niet weg te halen. Sommige mensen vinden de zaadjes storend en zeven het sap eruit, maar dan verlies je wel een deel van de structuur die de vrucht juist bijzonder maakt.

Passievrucht wordt vaak toegevoegd aan desserts, zoals een panna cotta of een cheesecake, waar het zuur van de vrucht een tegenwicht biedt aan de romige smaak. Ook in een fruitsalade werkt passievrucht goed, bijvoorbeeld samen met kiwi of ander tropisch fruit. De combinatie van zuur en zoet zorgt voor een frisse toevoeging tussen mildere vruchten.

In dranken wordt passievrucht eveneens veel gebruikt, van cocktails tot smoothies. Het sap heeft een geconcentreerde smaak, dus een klein beetje is meestal al genoeg om een drankje een duidelijke tropische toon te geven.

Passievrucht kopen en bewaren

Bij het kopen van een passievrucht let je vooral op de schil. Een gerimpelde schil is een goed teken, dat betekent dat de vrucht rijp is en de smaak op zijn best. Een gladde, strakke schil wijst juist op een vrucht die nog niet helemaal rijp is. In dat geval kun je de vrucht een paar dagen op het aanrecht laten liggen, dan rimpelt de schil vanzelf verder.

Eenmaal rijp kun je een passievrucht het beste in de koelkast bewaren, waar hij ongeveer een week goed blijft. Wil je de vrucht langer bewaren, dan kun je het vruchtvlees uitscheppen en invriezen. Zo heb je ook buiten het seizoen nog wat passievrucht achter de hand voor een dessert of drankje.

Waarom de passievrucht meer aandacht verdient

De passievrucht is een van die vruchten die verrassen zodra je ze proeft. Het contrast tussen de onopvallende schil en de geurige, felle smaak binnenin maakt de vrucht net wat anders dan het fruit dat standaard in de fruitschaal ligt. Net als jackfruit is de passievrucht een tropische vrucht die in Nederland nog niet altijd de aandacht krijgt die hij verdient, terwijl hij zich prima leent voor zowel zoete als frisse toepassingen.

Recept: passievrucht panna cotta

Ingrediënten (voor 4 personen)

Bereiding

  1. Week de gelatine ongeveer vijf minuten in koud water.
  2. Verwarm de slagroom, melk en suiker in een pan op laag vuur.
  3. Snijd het vanillestokje open en schraap het merg eruit, voeg dit toe aan de pan.
  4. Laat het mengsel net tegen de kook aan komen, haal daarna van het vuur.
  5. Knijp de gelatine uit en los deze op in het warme mengsel.
  6. Verdeel het mengsel over vier glaasjes of schaaltjes.
  7. Laat minimaal vier uur opstijven in de koelkast.
  8. Snijd voor het serveren de passievruchten doormidden en schep het vruchtvlees over de panna cotta.
Bekijk per categorie
Meest gelezen