Welke soorten sinaasappels zijn er?

Het Voedingscentrum noemt gewone sinaasappels, navelsinaasappels, bloedsinaasappels en perssinaasappels. De smaak loopt uiteen van zoet tot zoetzuur. In de winkel ligt vooral de zoete variant. De bittere sinaasappel, ook pomerans genoemd, gaat meestal de pan in voor jam en marmelade.

Soort Kenmerken Handig voor
Gewone sinaasappel Zoet tot zoetzuur Uit de hand eten, salades
Navelsinaasappel Herkenbaar aan het naveltje onderaan, meestal zonder pitten Partjes, fileren
Perssinaasappel Gemaakt om te persen Vers sap
Bloedsinaasappel Rood tot donkerrood vruchtvlees, bijvoorbeeld de Moro Salades, desserts, sap met kleur
Cara Cara Roze navelsinaasappel Uit de hand eten, desserts

 

Een donkere bloedsinaasappel zoals de Moro bevat anthocyanen, kleurstoffen die in gewone sinaasappels nauwelijks voorkomen. De Cara Cara bevat meer carotenoïden, waaronder lycopeen. Welke soort het gezondst is, valt niet zomaar te zeggen. Kies dus vooral op smaak en op wat je ermee wilt doen.

Zo kies je een goede sinaasappel

Pak de vrucht op en voel het gewicht. Een zware sinaasappel voor zijn formaat bevat doorgaans meer sap dan een lichte. De schil moet stevig aanvoelen, zonder zachte of ingedrukte plekken. Ruik ook even aan de schil, want verse citrus ruikt fris. Laat een exemplaar met schimmel of een zachte plek liggen.

Het is echt winterfruit, al liggen er het hele jaar sinaasappels in de winkel. In de winter heb je dus de beste kans op een vrucht die bij het seizoen past.

Gemiddeld heeft een sinaasappel 10 tot 14 partjes. Volgens een bekende vuistregel kun je dat vooraf natellen: haal het groene kroontje weg en het aantal witte puntjes zou gelijk zijn aan het aantal partjes. Probeer het bij je volgende vrucht eens uit.

Sinaasappel bewaren

Fruitschaal of koelkast?

Over de plek lopen de adviezen uiteen. Het Voedingscentrum zegt dat de vrucht slecht tegen kou kan, met putjes en verkleuring als gevolg, en raadt bewaren buiten de koelkast aan. Andere bronnen noemen ongeveer een week op de fruitschaal en ongeveer twee weken onverpakt in de koelkast. Een derde bron komt met de groentelade uit op maximaal drie weken.

Een werkbare regel: eet je hem binnen een week op, laat hem dan gewoon liggen. Moet hij langer meegaan, leg hem dan los of in een open zak in de groentelade. Zo droogt de schil minder snel uit.

Een aangesneden sinaasappel en vers sap

Bewaar een aangesneden sinaasappel in de koelkast, met het snijvlak op een schoteltje of in een afsluitbaar bakje, en gebruik hem binnen twee dagen. Heb je maar een klein beetje sap nodig? Prik dan een gaatje in de vrucht, knijp er wat sap uit en snijd hem niet helemaal door. Vers geperst sap blijft in een gesloten fles ongeveer twee dagen goed in de koelkast.

Een sinaasappel invriezen

Een hele bevroren sinaasappel wordt papperig en is nauwelijks te pellen. Vries daarom liever alleen het sap in, bijvoorbeeld in een ijsblokjesvorm of een bakje. Het sap blijft dan tot ongeveer drie maanden bruikbaar. Ook zeste kun je invriezen. Wil je het fruit zelf invriezen, snijd het dan eerst klein.

Veelgemaakte fouten

Sinaasappel schillen, zesten en persen

Zesten en raspen

Wil je de schil gebruiken, boen de vrucht dan eerst goed schoon. Rasp alleen het oranje laagje. Het witte deel eronder is bitter en hoort niet in je gerecht. Rasp in lichte streken en draai de vrucht steeds een stukje, dan raak je niet te diep.

Fileren

Snijd boven en onder een dun plakje af, zodat hij stevig blijft staan. Snijd de schil in banen van boven naar beneden weg, tot je het vruchtvlees ziet. Houd de vrucht boven een kom en snijd de partjes tussen de vliesjes los. Het sap dat in de kom valt, gebruik je in een dressing of in een glas.

Persen

Rol de vrucht eerst even stevig over het aanrecht en snijd hem overdwars doormidden. Pers de helften uit met een citruspers of met de hand. Hoeveel sap je krijgt, verschilt per stuk. Staat er in een recept een exacte hoeveelheid sap, meet dan af met een maatbeker en pers zo nodig een extra sinaasappel uit.

Koken en bakken met sinaasappel

Sap, zeste en partjes doen elk iets anders. Het sap maakt een gerecht fris, de zeste geeft geur en de partjes zorgen voor beet.

Zoet

Zeste en sap geven een cake of dessert een frisse toon. Sinaasappel en pure chocolade is een klassieke combinatie. Kort gegrilde partjes met amandelschaafsel en honing zijn een makkelijk toetje. In een fruitsalade past sinaasappel goed bij watermeloen, en partjes op je pap geven het ontbijt meer frisheid.

Hartig

Partjes passen in een salade met venkel en pijnboompitten. Een stoofgerecht met rode wijn, kaneel en steranijs wordt zachter en geuriger met een sinaasappel erbij. Ook kip of zalm uit de oven combineert goed met citrus. Een scheutje sap of wat zeste maakt een dressing of zware saus lichter.

De schil hergebruiken

Van biologische sinaasappels kun je de schil drogen, bijvoorbeeld voor in thee. Confijten kan ook. Zo gooi je niets weg.

Alternatieven voor een sinaasappel

Heb je er geen in huis? Een mandarijn kan in veel gerechten, al bevat die iets minder vitamine C en foliumzuur. Voor een zuurdere toon in bakrecepten kun je citroen proberen. Bij gebrek aan verse vruchten kun je in bakrecepten ook ingeblikte sinaasappel of sinaasappelextract gebruiken.

De vrucht zelf is plantaardig en glutenvrij. Controleer bij een recept wel de rest van de ingrediënten, zoals meel en boter, als je een dieet volgt.

Is een sinaasappel gezond?

Een sinaasappel bevat veel vitamine C en draagt bij aan de inname van foliumzuur. Eén stuk telt als één portie fruit en staat in de Schijf van Vijf. Toch is dit niet de grootste bron van vitamine C: in één sinaasappel zit 66 mg, in een halve rode paprika 90 mg. Sinaasappelsap geldt als een suikerhoudende drank. Het Wereld Kanker Onderzoek Fonds adviseert om niet meer dan één glas puur sap per dag te drinken en liever de hele vrucht te eten.

Recept: sinaasappelcake

Een zachte cake waarin de sinaasappel de hoofdrol speelt. Zeste en sap gaan in het beslag, een glazuur van sinaasappelsap maakt hem af. Voor ongeveer 8 plakken. Bereiden 15 minuten, bakken 40 tot 45 minuten.

Ingrediënten

Bereiding

  1. Verwarm de oven voor op 175 °C. Vet een cakevorm van ongeveer 25 cm in en bekleed hem met bakpapier.
  2. Boen de sinaasappels schoon en rasp de zeste van 2 vruchten. Rasp alleen het oranje laagje.
  3. Klop de boter en de suiker in een kom tot een licht en luchtig mengsel.
  4. Klop de eieren er één voor één door. Roer de zeste erdoor.
  5. Schep het bakmeel en het zout door het beslag. Voeg het sinaasappelsap toe en roer tot een glad beslag.
  6. Schep het beslag in de vorm en strijk de bovenkant glad.
  7. Bak de cake 40 tot 45 minuten in het midden van de oven, tot een satéprikker schoon uit het midden komt.
  8. Laat de cake 10 minuten in de vorm rusten en leg hem op een rooster.
  9. Roer de poedersuiker met 2 el sinaasappelsap tot een dik glazuur. Verdeel het over de afgekoelde cake.
Bekijk per categorie
Meest gelezen