Citroengras is een grassoort die vooral in de Thaise, Indiase, Vietnamese en Indonesische keuken wordt gebruikt. In Nederland heet het ook sereh, en je ziet het soms terug onder de namen lemongrass of dtakrai. Citroengras eet je niet rauw. Je kookt de stengel mee of snijdt hem superfijn.
De smaak is fris en citroenachtig, maar zonder de zuurte van een citroen. Daardoor past het in zoete en hartige gerechten. Dat maakt het geschikt voor soep, kokosmelk en marinades.
Je vindt het bij de toko, in Aziatische winkels en in grotere supermarkten. Er bestaat ook een gemalen en gedroogde variant, maar de verse stengel geeft de frisste smaak. Kies stevige stengels zonder droge, bruine plekken. Een oude stengel verliest geur: ruik je weinig citroen als je er even in knijpt, dan heeft hij zijn beste tijd gehad.
Haal eerst de droge buitenste bladeren en de harde onderkant weg. Daarna kies je wat je met de stengel wilt doen.
Leg de stengel op een plank en druk er met de platte kant van een mes of met een deegroller stevig op. Zo breekt de vezel open en komt de smaak vrij. Een gekneusde stengel gaat heel mee in soepen, curry's en stoofgerechten. Haal hem voor het serveren uit de pan, want hij is te hard om op te eten.
Voor een pasta, roerbak of marinade snijd je alleen het zachte binnenste, en dat doe je zo fijn mogelijk. Het onderste deel van de stengel is het zachtst. Fijn gesneden kun je het gewoon mee opeten.
| Deel van de stengel | Waarvoor |
| Zachte onderkant, superfijn gesneden | Pasta, marinade, roerbak |
| Hele stengel, gekneusd | Soep, curry, stoofgerecht (daarna eruit halen) |
| Harde delen en afsnijdsels | Thee en bouillon |
Over de houdbaarheid lopen de adviezen flink uiteen. Daarom staan ze hieronder naast elkaar.
| Manier | Wat bronnen noemen |
| Koelkast, in een open zak | Ruim een week |
| Koelkast, ingepakt in huishoudfolie | Wekenlang |
| Koelkast, algemeen | Van enkele dagen tot maximaal drie weken |
| Vriezer | Ongeveer zes maanden |
| Gemalen, droog bewaard | Tot ongeveer een jaar |
Een werkbare regel: gebruik je het binnen een week, leg het dan in de groentelade in een open zak of in huishoudfolie. Heb je meer stengels gekocht dan je nodig hebt, vries ze dan in. De termijnen verschillen waarschijnlijk doordat de ene stengel bij aankoop al verser is dan de andere en doordat verpakking uitmaakt.
Snijd de stengels in stukken en doe ze in een diepvrieszak of bakje. Eén bron raadt af om de stengels te kneuzen voordat je ze invriest. Kneus het dus pas vlak voordat het de pan in gaat. Je kunt de stukken rechtstreeks uit de vriezer in een soep of curry gooien.
Gemalen is handig als je geen verse stengel in huis hebt en het blijft lang goed. Het smaakt wel minder fris. Over de verhouding lopen de bronnen uiteen: sommige noemen één theelepel gemalen per verse stengel, andere een halve. Begin met een halve theelepel, proef en voeg zo nodig meer toe.
Heb je er geen in huis? Dan heb je een paar redelijke noodoplossingen: limoenblad, citroenrasp of een beetje citroensap. Geen van drieën smaakt precies hetzelfde, dus begin voorzichtig. Citroenrasp komt het dichtst bij de geur, limoenblad geeft een vergelijkbare frisheid. Doe het sap pas aan het eind in het gerecht, anders wordt het te zuur.
Het hoort bij Thaise soepen zoals tom yum en bij stoofgerechten als rendang. Het gekneusde stuk gaat dan heel in de pan en trekt mee tot het gerecht klaar is.
Fijn gesneden past het goed in een marinade met gember voor aubergine of kip. Je kunt ook gehakt om een stengel kneden en dat als spiesje bakken. Wil je een Europese draai, combineer citroengras dan in een marinade voor kip met kruiden zoals dragon.
Van de harde delen maak je thee. Zet hem warm of laat hem afkoelen en serveer hem koud met ijs en een paar plakjes kiwi. Zo verdwijnt er niets in de prullenbak.
In de Thaise keuken gaat het kruid vaak samen met galanga, kaffirlimoenblad, gember, knoflook en chilipeper. Kokosmelk en limoensap passen er ook goed bij. Begin met één stengel per gerecht, proef tussendoor en voeg pas daarna meer toe. Zo houd je de smaak fris en voorkom je dat het kruid de rest van het gerecht overheerst.
De harde delen en afsnijdsels gooi je niet weg. Je kunt ze meekoken in een bouillon, er thee van trekken of in een bakje in de vriezer bewaren tot je ze nodig hebt. Voor een soep of curry gaat een restje net zo goed mee als een verse stengel, zolang je het vóór het serveren uit de pan haalt.
Je gebruikt het in kleine hoeveelheden, voor de smaak. Over gezondheidseffecten staan veel claims op internet, maar verwacht van een kopje thee niet te veel. Houd het daarom bij smaak en geniet ervan zoals je dat met andere kruiden doet.
De plant is niet winterhard. Je zaait het in het voorjaar onder glas, ongeveer tussen maart en mei, en zet het pas buiten tussen mei en juni. Zet de pot binnen zodra het gaat vriezen.
Een frisse, geurige thee waarin de stengel de hoofdrol speelt. Voor ongeveer 4 glazen. Bereiden 5 minuten, trekken 10 minuten.