Brood begint bij graan. Meestal is dat tarwe, maar andere granen zoals rogge of spelt komen ook voor. De graankorrel bestaat uit drie delen. De meelkern, de kiem en de zemel. In de kiem en zemel zitten veel vezels, vitamines en mineralen.
Wat er met die onderdelen gebeurt tijdens het malen bepaalt uiteindelijk het soort brood. Als alle delen van de graankorrel worden gebruikt, ontstaat een ander product dan wanneer een deel wordt verwijderd. Daardoor kan brood sterk verschillen in voedingswaarde, zelfs als het er op het eerste gezicht vergelijkbaar uitziet.
Brood levert sowieso koolhydraten, eiwitten en verschillende mineralen zoals ijzer en jodium. In Nederland is brood zelfs een belangrijke bron van jodium, doordat bakkerszout vaak jodium bevat.
Volkorenbrood wordt gemaakt van volkorenmeel. Dat betekent dat de hele graankorrel wordt vermalen en gebruikt. Alle onderdelen blijven dus in het brood zitten. Daardoor bevat het meer voedingsvezels, vitamines en mineralen dan andere broodsoorten.
Die vezels spelen een rol bij de werking van de darmen en zorgen er vaak voor dat je langer een vol gevoel houdt. Daarnaast laten onderzoeken zien dat volkorenproducten samenhangen met een lager risico op bepaalde ziekten zoals hartziekten en diabetes type 2.
De kleur van brood zegt trouwens niet altijd alles. Sommige broden lijken donker, maar zijn gemaakt van bloem met bijvoorbeeld moutmeel voor de kleur. Alleen als op de verpakking duidelijk volkoren staat, gaat het echt om volkorenbrood.
Witbrood wordt gemaakt van bloem. Bij bloem zijn de kiem en de zemelen uit de graankorrel gezeefd. Over blijft vooral de meelkern. Daardoor bevat witbrood minder vezels, vitamines en mineralen.
Dat betekent niet dat witbrood helemaal geen voedingsstoffen bevat. Het levert nog steeds energie in de vorm van koolhydraten en een beetje eiwit. Maar vergeleken met volkorenbrood ligt de voedingswaarde lager. Om die reden adviseren voedingsrichtlijnen om witte graanproducten vaker te vervangen door volkoren varianten.
Toch blijft witbrood populair. Volgens cijfers over broodconsumptie bestaat een flink deel van het brood dat Nederlanders eten nog steeds uit witbrood, vooral bij kinderen.
Meergranenbrood klinkt vaak alsof het automatisch een gezondere keuze is. Dat komt door de verschillende granen die erin zitten, zoals tarwe, haver of rogge. De naam betekent alleen dat er minimaal drie graansoorten zijn gebruikt.
Dat zegt echter niets over het soort meel. Veel meergranenbroden worden nog steeds gemaakt van bloem en zijn daarmee vergelijkbaar met witbrood. In dat geval bevatten ze minder vezels en voedingsstoffen dan volkorenbrood.
Pas wanneer meergranenbrood van volkorenmeel is gemaakt, krijg je een product dat qua voedingswaarde dichter bij volkorenbrood ligt. Soms bevat zo’n brood ook extra zaden of gebroken granen, waardoor het iets meer voedingsstoffen kan leveren.
Wie voor het broodschap staat, ziet dus meer verschil dan alleen kleur of smaak. Volkorenbrood bevat de hele graankorrel en daardoor meer vezels en voedingsstoffen. Witbrood bestaat vooral uit de kern van het graan. Meergranenbrood kan van alles zijn, afhankelijk van het gebruikte meel.
Als je wilt weten wat je echt koopt, loont het om even naar het etiket te kijken of het bij de bakker na te vragen. Staat er volkoren op de verpakking, dan is het brood gemaakt van 100 procent volkorenmeel. Dat geeft een duidelijker beeld dan alleen afgaan op hoe het brood eruitziet.
Brood blijft voor veel mensen een vast onderdeel van de dag. Door iets bewuster naar de soort te kijken, weet je beter wat er op je bord ligt. Dat maakt het makkelijker om af te wisselen en een keuze te maken die past bij wat jij belangrijk vindt in je voeding.