Het is algemeen bekend dat wijn gemaakt wordt van druiven. Er zijn alleen allerlei soorten druivenrassen. Elk ras heeft zijn eigen smaak en aroma en dat werkt door in de wijn die ervan gemaakt wordt. Zo smaakt rode wijn van het druivenras Merlot heel anders dan rode wijn van het druivenras Cabernet Sauvignon.
Naast het ras zelf speelt ook de rijpheid van de druif een rol. Een rijpe druif heeft bijvoorbeeld een hoger suikergehalte dan en onrijpe druif. Druiven die niet rijp zijn, zijn op hun beurt en stuk zuurder dan rijpe druiven. Het spreekt voor zich dat dit tot smaakverschillen leidt. Zo is wijn van rijpe druiven vaak complexer van smaak en bevat het tonen van rijpe vruchten. Wijn van onrijpe druiven bevat vaak tonen van gras en citrus.
Je verwacht het misschien niet direct, maar de bodem en het microklimaat hebben ook invloed op de kwaliteit van wijn. De wijnstokken nemen immers mineralen en voedingsstoffen op uit de bodem. Daarnaast speelt de waterafvoer mee. Wijnstokken die groeien in een gebied waarin het water goed wordt afgevoerd, produceren doorgaans betere kwaliteit druiven.
Dan het microklimaat. De temperatuur, het aantal zonuren, de luchtvochtigheid en de wind kunnen is in de Bourgogne heel anders dan in de Loire. Hierdoor smaakt een Meursault bijvoorbeeld totaal anders dan een Pouilly-Fumé. Hoewel de verschillen in microklimaat soms maar klein zijn, kunnen ze tot grote verschillen in de wijn leiden.
De kwaliteit van wijn wordt ook beïnvloed door de manier van maken. Zo laat de ene wijnmaker de wijn langer gisten dan de andere. Hoe langer wijn gist, hoe hoger het alcoholpercentage. Dit is uiteindelijk van invloed op de smaak van de wijn. Ook de rijping speelt hier een belangrijke rol in. Houtgerijpte wijn heeft bijvoorbeeld een hele andere smaak dan wijn die in roestvrijstalen vaten bewaard wordt. Dit komt vooral doordat hout vaak aroma’s toevoegt aan de wijn, zoals vanille of koffie. Bij rvs is dit niet het geval, want dit materiaal geeft geen smaak af.
De laatste belangrijke factor die we hier behandelen is het oogstmoment. Wordt een druif vroeg geoogst? Dan zorgt dit vaak voor een frisse, lichte wijn die meer zuren bevat. Druiven die later geoogst worden, zijn vaak zoet en krachtig. Ze bevatten bovendien meer alcohol en hebben vaak complexere aroma’s. Wat het juiste moment is om de wijn te plukken, wordt bepaald door de wijnmaker zelf. Zo worden druiven voor Cava bijvoorbeeld vaak geoogst in augustus, september of oktober. Er kan bewust voor gekozen worden om ze eerder of later te oogsten.