Rendang komt oorspronkelijk uit West-Sumatra en is onderdeel van de Minangkabause keuken. Het gerecht werd van oudsher gemaakt om vlees langer houdbaar te maken, nog voor er koelkasten bestonden. Door het vlees urenlang te laten sudderen in kokosmelk en een mengsel van specerijen, verdampt het meeste vocht en blijft er een droge, geconcentreerde massa vol smaak over. Hoe langer je rendang laat sudderen, hoe donkerder en geconcentreerder de saus wordt. Sommige koks laten het gerecht zelfs meerdere dagen achter elkaar opwarmen en afkoelen, omdat de smaak daar alleen maar beter van wordt.
Het basisrecept bestaat meestal uit rundvlees, kokosmelk en een specerijenpasta met onder andere gember, knoflook, laos, citroengras en rode peper. Die pasta lijkt in de bereidingswijze wel wat op andere specerijenpasta's die je misschien kent, zoals harissa of de kruidige worst sucuk, waarbij specerijen samen een smaakbasis vormen die de rest van het gerecht draagt.
Bij rendang maken draait alles om geduld. Je begint met het bakken van de specerijenpasta, zodat de aroma's goed vrijkomen. Daarna voeg je het rundvlees toe, meestal in blokjes, gevolgd door kokosmelk. Vanaf dat moment laat je het geheel op laag vuur sudderen, en dat kan al snel twee tot drie uur duren. Roer af en toe, zodat niets aan de bodem blijft plakken.
Het vlees wordt tijdens het koken steeds zachter, terwijl de saus indikt. Rendang is dus geen gerecht dat je snel op tafel zet. Het vraagt om tijd en aandacht, maar het grootste deel van die tijd hoef je niet actief in de keuken te staan. Juist dat maakt het geschikt voor wie het proces liever op de achtergrond laat gebeuren.
Bij een rendang recept let je vooral op de balans tussen zoet, pittig en hartig. Palmsuiker of bruine basterdsuiker zorgt voor de zoete ondertoon, terwijl rode peper of sambal voor de pit zorgt. Laos, kaffir limoenblaadjes en citroengras geven het gerecht die herkenbare frisse en kruidige geur. Veel mensen gebruiken kokosmelk uit blik, maar verse kokosmelk geeft een net wat rijkere smaak.
Het vlees zelf maakt ook verschil. Runderschenkel of sukadelappen zijn geschikt, omdat deze stukken vlees baat hebben bij een lange gaartijd en daardoor mals worden. Mager vlees zoals biefstuk is minder geschikt, dat wordt eerder taai dan zacht.
Voor wie rendang wil maken zonder de pan constant in de gaten te houden, is de slowcooker een handige oplossing. In een rendang slowcooker gerecht gaat het vlees samen met de kokosmelk en specerijenpasta gewoon het apparaat in, waarna je het meerdere uren op lage stand laat staan. Vaak is dat tussen de zes en acht uur, afhankelijk van het apparaat en de hoeveelheid vlees.
Het voordeel van de slowcooker is dat de temperatuur constant blijft en je niet hoeft te roeren of op te letten dat er niets aanbrandt. Nadeel is dat er in een slowcooker minder vocht verdampt dan in een open pan, waardoor de saus soms minder indikt. Wie dat wil voorkomen, zet het deksel de laatste tijd op een kier, of kookt de saus na afloop nog even in op het fornuis.
Rendang is geen gerecht dat je even tussendoor maakt, en dat is precies waar de charme in zit. De lange bereiding zorgt voor een smaak die je met snellere methodes niet bereikt. Of je nu kiest voor de traditionele pan op het fornuis of de gemakkelijkere weg via de slowcooker, het resultaat is een gerecht waar je met recht trots op kunt zijn wanneer het eindelijk op tafel staat.
Ingrediënten (voor 4 personen)
Bereiding
Slowcooker variant: volg dezelfde stappen tot en met het aanbraden van het vlees, en zet daarna alles samen in de slowcooker op lage stand voor zes tot acht uur.