Als je maar een soort glas in huis wilt, kies dan voor een universeel wijnglas met een licht tulpvormige kelk. Dat werkt prima voor zowel wit als rood en is ideaal voor doordeweeks. Organiseer je vaker etentjes, dan loont het om te variëren met verschillende glazen.
Let bij het kiezen op deze punten:
Wil je je voorraad aanvullen of verschillende types in huis halen voor een diner of borrel, dan vind je bij Marskramer zowel basisglazen als feestelijke opties.
Met een paar kleine gewoontes voelt een etentje meteen gezelliger aan. Vul een wijnglas tot ongeveer een derde, zodat er ruimte blijft om te walsen en je minder morst. Zet wit en rosé ongeveer 2 uur van tevoren in de koelkast; heb je haast, gebruik dan een emmer met koud water en ijs. Rood serveer je liever iets koeler dan kamertemperatuur, zeker in de zomer. Tussen 15 en 18 graden is meestal prettig. Voor bubbels is een slank glas handig: een flute houdt de prik langer vast dan een coupe, die wel mooi staat maar sneller vervliegt.
Voor een makkelijke wijn-spijscombinatie kijk je naar wat er op tafel staat. Bij een borrelplank met zoute hapjes zoals olijven, kaas en noten past een frisse witte wijn of rosé goed. Bij pasta met tomaat of een stoofgerecht kies je vaak beter voor een soepel rood.
Niets is zo jammer als doffe glazen of een wijngeur die blijft hangen. Met deze stappen blijven je glazen langer mooi.
Met een paar goede glazen in huis maak je van elke doordeweekse maaltijd of uitgebreid diner een klein moment. En dat proef je.